Nieuwe media, nieuwe communicatie?
Hyves, Facebook, Twitter of LinkedIn, online sociale netwerken zijn niet meer weg te denken uit het huidige medialandschap. In vijf jaar tijd steeg het aantal gebruikers van online sociale netwerken enorm, met als gevolg dat ondertussen ruim 70% van de internettende Nederlanders ervoor gezwicht is.
Om dit medium en de populariteit ervan beter te begrijpen, proberen we het in een historisch perspectief te plaatsen. Waarom zijn online sociale netwerken juist nu zo populair? Zijn er verbanden te leggen met verschijnselen uit de geschiedenis? En wat voor gevolgen kan dit “nieuwe medium” hebben op de maatschappij? We bespreken dit met mediahistoricus Huub Wijfjes.
Als mediahistoricus heeft Huub Wijfjes verschillende trends de revue zien passeren en ook deze ontwikkeling is hem niet ontgaan. De populariteit van het medium verbaast hem niet. “Mensen zijn sociale dieren, ze zoeken elkaar altijd op.” Sociale netwerken zijn dus al zo oud als de mensheid zelf, van een nieuw fenomeen is dan ook zeker geen sprake. In de voormalige sociale netwerken moesten mensen zich echter fysiek verenigen, maar door de komst van media is dat nu niet meer noodzakelijk. Massamedia maakten het mogelijk om grote groepen mensen te bereiken en ze daardoor onbewust met elkaar in contact te brengen. Het delen van interesses zorgde voor een gevoel van saamhorigheid, waar fysiek contact met andere geïnteresseerden geen vereiste voor was. Deze “denkbeeldige gemeenschappen” vonden in internet het ideale medium om tijd en afstand tussen de verschillende leden weg te nemen. “Internet stelt je in staat om 24 uur per dag, waar je ook bent, altijd een denkbeeldige gemeenschap op te zoeken. Dat is het magische van het internet.”
Politieke macht
Ook in de politiek heeft zich een ontwikkeling van “fysiek” naar “denkbeeldig” voorgedaan. Zo waren vroeger fysieke middelen als geld, troepen of landerijen statussymbolen waar politieke macht mee verworven kon worden. Door de komst van democratie werd het mogelijk om met een gedachtegoed meer zeggenschap in de politiek te verkrijgen. De opkomst van sociale media lijkt weer een nieuwe ontwikkeling in gang te zetten. “Nu is er een machtsvorming mogelijk die helemaal buiten de democratische kanalen om plaats lijkt te kunnen vinden. Dat zijn partijen die zich alleen via media manifesteren, bijvoorbeeld de beweging rondom Rita Verdonk of Geert Wilders. Vaak met één figuur aan de top die alles beslist. Daarmee wordt er al het ware een denkbeeldige gemeenschap gecreëerd rondom die persoon.” Dat dergelijke vorm succesvol kan zijn, bewijst de Amerikaanse president Barack Obama. Ook rondom hem ontstond een denkbeeldige gemeenschap die een bepaalde sfeer creëerde. Deze sfeer heeft er mede voor gezorgd dat Obama zoveel stemmen behaalde. Uit onderzoek is gebleken dat de sociale media een groot aandeel hebben gehad in Obama’s overwinning.
Historische parallellen
Het relatief nieuwe medium zorgt voor communicatievormen die geregeld onderwerp zijn van discussie. Mensen worden openlijk zwart gemaakt, beledigd of zelfs bedreigd. Algemeen geldende normen en waarden lijken hierbij nog wel eens vergeten te worden. Volgens Wijfjes is er echter niets nieuws onder de zon. Al in de middeleeuwen zag je een fysieke variant van deze online verschijnselen. Mensen die door een bepaald gedrag of opvatting niet binnen een gemeenschap pasten, werden ook toen openlijk vernederd, belaagd of buitengesloten. Het feit dat het fysieke aspect nagenoeg verdwenen is en dat dit soort taferelen nu virtueel plaatsvindt, wil dus niet zeggen dat het een totaal nieuw verschijnsel is.
Anonieme communicatie
Online sociale netwerken met de daarmee gepaarde virtuele identiteiten baren vele mensen zorgen over de veiligheid en betrouwbaarheid. Vooral de mogelijkheid tot anoniem communiceren, wordt vaak als bedreigend ervaren. “Maar ook wat dit betreft kun je verwijzen naar de geschiedenis. Als je de kranten uit de 19e eeuw leest, dan zie je dat die heel veel overeenkomsten hebben met wat wij tegenwoordig op internet zien.” De meeste artikelen uit deze kranten werden namelijk anoniem gepubliceerd. En ook deze anonimiteit werd gebruikt om andere mensen te beschadigen, door er persoonlijke, emotionele verhalen over te publiceren. De uitgever kon toen echter persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van de artikelen in de krant, al had hij ze niet zelf geschreven. Volgens Wijfjes ligt hier een mogelijke oplossing voor het probleem van online anonimiteit. Als een eigenaar van een website of community zelf aansprakelijk gesteld wordt voor de berichten die er geplaatst worden, dan zal hij er waarschijnlijk beter op toezien dat iedereen zich netjes gedraagt binnen zijn community. “Dat is denk ik wel een juridische mogelijkheid om mensen uiteindelijk aan te kunnen pakken.”
Toekomst
De laagdrempeligheid van de online sociale netwerken geeft iedereen de mogelijkheid om zijn of haar mening openbaar te maken. Hierdoor staat de betrouwbaarheid van online informatie nog wel eens ter discussie. Volgens Wijfjes zal het vertrouwen in de toekomst toenemen, omdat er volgens hem een hiërarchie op het internet zal ontstaan waardoor de betrouwbaarheid van informatie beter in te schatten wordt. De gerenommeerde nieuwsmakers zullen zich moeten onderscheiden van de “spielerei” die vaak op online sociale netwerken te vinden is. “Ze zullen meer pretentie moeten hebben, door duidelijkheid te geven over wie de artikelen maken, waarop ze gebaseerd zijn, waar ze vandaan komen en of er hoor en wederhoor is toegepast. Allemaal klassieke journalistieke normen die in de 19e eeuw zijn bedacht. Niet voor niets.” Volgens Wijfjes is deze ontwikkeling nu al in gang, waardoor de verhoudingen binnen het medium steeds duidelijker worden. “Internet lijkt heel democratisch, met alles dezelfde waarde, maar dat is niet zo.”